Terug naar het overzicht

Tekst: Petra Vissers | Beeld: Meriam de Lange

 

Sven Romkes (31) gaat met die banaan. Niet lullen, maar poetsen. Hij doet niet aan excuses, ook niet aan half werk. Hij staat om half zes op om tijd op het ABNAMRO hoofdkantoor in Amsterdam te zijn. “Ik zeg niet: laat die geraniums maar komen. Want geloof me, dan duurt het leven heel erg lang.” Sven lepelt de cijfers zo op: Een kwart van de arbeidsgehandicapten die kunnen werken, doet dat ook. Slechts twaalf procent werkt zelfstandig en op mbo+ niveau in het bedrijfsleven, de rest steekt zijn handen uit de mouwen op speciale werkplekken. “Eeuwig zonde, er is nog zoveel onontdekt talent, er zijn zo veel mensen die kunnen bijdragen aan de maatschappij.” Sven is een man met een missie: als iemand al die mensen aan het werk kan krijgen is hij het wel.

 

Bijna twee jaar is hij nu project officer diversity and inclusion bij ABN Amro. Immens enthousiast en hij barst van de ideeën.

“Kijk. Mensen durven gehandicapten geen schop onder hun kont te verkopen. Maar ik wel, ik kan het maken.”

Door een medische fout vlak na zijn geboorte is Sven spastisch. Daarnaast is hij vorig jaar gediagnosticeerd met een chronische longziekte. “Andere mensen denken als ze mij zien: ha! Als hij het kan, kan ik het ook.” Hij lacht: “En zo is het precies.”

Participatie moet van twee kanten komen, benadrukt Sven, en zijn werkgever heeft de afgelopen anderhalf jaar enorme stappen gezet. “Ik kwam hier natuurlijk vrij enthousiast binnen, dus zeggen allerlei afdelingen nu: heb jij niet ook zo’n leuke gehandicapte voor mij?” Zijn lach doet vermoeden dat ‘vrij enthousiast’ wel een understatement zal zijn. Het was nooit een optie om achter de geraniums te gaan zitten – zijn eigen woorden. “Nee, dat is mij echt te min. Ik moet wel iets te doen hebben. Als ik geen baan had kunnen vinden, was ik vrijwilligerswerk gaan doen. Om in het ritme te komen en aan hun zelfvertrouwen te werken, raad ik mensen ook vaak aan daarmee te beginnen.”

 

Nog een tip van Sven: ga sporten. “Vanwege de kick van het leveren van een prestatie, van steeds een beetje beter worden en je optrekken aan anderen. Dat is zo enorm belangrijk.” Sven begon op de basisschool met schuiftafeltennis, reed paard en deed op hoog niveau aan atletiek voor rolstoelen. Tussendoor maakte hij een uitstapje naar het voetbalveld. “Ja, heb ik ook gedaan. Maar ik kreeg te veel rode kaarten. Als de spits ging scoren, dacht ik: die haal ik wel even onderuit. Mocht niet.” Door zijn drukke baan sport Sven een stuk minder dan voorheen, maar omdat hij mental coach is van het paralympische team traint hij nog elke zaterdag. Jammer? Dat een Olympische carrière er uiteindelijk niet inzat? “Dat valt wel mee. Uiteindelijk miste ik die bikkelharde topsportmentaliteit.” Als hij die opmerking illustreert met een verhaal, schiet Sven in de lach: “Voor de wedstrijd begon, zaten sommige sporters met hun handen in elkaar en hun ogen dicht te reclameren” – hij doet het even voor – “ik ga voor goud, voor goud, voor goud”.

 

Sven niet. “Ik zat gewoon te kletsen met een speerwerper uit Bolivia, vond ik veel interessanter.”

 

Bovendien heeft hij geleerd dat zijn grootste talenten elders liggen. Sven is creatief, enthousiast, een aanjager van goede ideeën. Uitzonderlijk goed in staat om mensen bij elkaar te brengen. Voor ABN Amro is hij op zoek naar de verborgen talenten van anderen, om ze vervolgens voor de bank binnen te halen.

Het is de bedoelding dat Sven de komende jaren het aandeel arbeidsgehandicapte werknemers – mensen in een rolstoel, maar ook met bijvoorbeeld zwaar autisme of een chronische aandoening – op gaat krikken van een naar twee procent. “Dat lijkt niet zo veel”, geeft Sven toe, “maar je moet wel bedenken dat we alleen al in Nederland zesentwintigduizend mensen in dienst hebben. Dan maak je echt verschil als werkgever.” Het zijn bovendien niet alleen werkgevers die afwachtend zijn. Veel mensen komen niet op het idee om te solliciteren bij een multinational als de ABN. Sven:

 

“Dat komt voor een deel doordat veel gehandicapten heel erg lang worden gepamperd. Zo van: doe jij nou maar rustig aan, je hoeft helemaal niet te werken.”

 

Anderen willen wel graag, maar hebben het idee dat een baantje bij de plaatselijke bakker het hoogst haalbare is. “Heb ik letterlijk gehoord”, roept Sven uit – nog steeds verbaasd. “Van iemand met een goede opleiding!” Als ze door de poorten van het hoofdkantoor van de ABN lopen, blijken veel mensen geïntimideerd. “Ze hebben het gevoel dat ze hier niet thuishoren.” Aan de andere kant is het voor veel arbeidsgehandicapten moeilijk een voet tussen de deur te krijgen. “Tijdens mijn eerste sollicitatie werd ik gewoon uitgelachen. Ze zaten daar niet te wachten op een gehandicapte.” Uiteindelijk lukte het Sven een gesprek te krijgen, en hij werd aangenomen. Maar het liep niet zoals hij had verwacht, en daar heeft hij het moeilijk mee gehad. Ik dacht: “Als werkgevers zo met gehandicapten omgaan, dan hoeft het voor mij niet meer.” Even lijkt Sven uit het lood geslagen, maar hij veert weer op. “Maar in de kern bleef ik ervan overtuigd dat ik iets kan bijdragen aan de maatschappij. Kijk, soms lukken dingen gewoon niet. Maar van jezelf verliezen? Dat is echt niet oké.” Een van de dingen die in Sven’s geval niet helemaal is gelukt, is zijn wens om meester te worden. “Ja, ik ben een mislukte pabodocent! Ik kon totaal geen orde houden. Totaal niet.” Of dat aan zijn handicap ligt, betwijfelt hij. Lachend:

 

“Tja, als ik naar mijn moeder kijk: die is ook hartstikke chaotisch. Ik ben heel voorzichtig met het afschuiven van problemen op mijn handicap.”

 

Zijn diploma heeft hij gehaald, maar Sven moest uiteindelijk toch accepteren dat hij geen goede leraar zou worden. “Dat was een klap in mijn gezicht, uiteraard. Maar ik heb het wel geprobeerd.” Hij is zijn ouders dankbaar dat ze hem durfden te laten falen: “Zij hadden natuurlijk ook wel een vermoeden dat leraar worden met mijn spasmen en chaotische hoofd misschien niet een geweldig idee was, maar ze hebben me wel laten gaan. Zodat ik zelf kon ondervinden hoe het was.” Op de basisschool waar hij stage liep, komt Sven nog elk jaar terug. Zo rond vijf december. “Dan ben ik de Zwarte Piet die van het dak is gevallen. Rolstoelpiet is ook zo saai.” De kinderen vinden het geweldig, hij ook.

Humor is belangrijk voor Sven. Hij maakt graag en veel grappen. “Humor maakt mijn handicap bespreekbaar en luchtiger. Het helpt andere mensen in het acceptatieproces. Bovendien vind ik het gewoon leuk om grappen te maken.”

Hoeveel grappen ook, zijn eigen acceptatieproces zal volgens Sven altijd “een positief gevecht” blijven. “Nu kan ik nog kleine stukjes lopen, bijvoorbeeld naar het toilet. Maar op den duur kan dat niet meer. Het blijft een lopend proces, maar ik probeer er een positieve spin aan te geven.” Op dit moment is hij bezig met een boekje met de illustere titel: ‘Vijftig gegronde redenen om een gehandicapte te haten’. “Het wordt echt leuk”, vertelt hij geestdriftig. “Mensen mogen mijn boek ook gaan haten, in plaats van ‘leuk vinden’ “. Ik vertel allerlei anekdotes, maar als mensen zelf een leukere hebben, mogen ze één van mij uitscheuren en hun eigen verhaal er inzetten. Na een jaar wil ik het boekje dan opnieuw uitgeven.” Eerder zat hij in een cabaretgroep. “Sitdowncomedy noemden we dat. Vier rolstoelen op een podium. Hilarisch toch?” Sven schaamt zich niet snel voor zijn handicap. “Nee joh, ik ben volledig schaamteloos”, om dat maar meteen te illustreren: “Het aannemen van arbeidsgehandicapten gaat niet alleen over het maken van aanpassingen aan de werkruimte, maar ook om het creëren van een veilige sfeer”. Nou, een tijdje geleden was me opgevallen dat één van de vrouwen die recent is aangenomen nooit mee gaat naar borrels. Ik vroeg me af waarom, want het is een erg leuke dame. Bleek dat ze niet mee wilde omdat ze bang was dat ze vanwege haar spasmen dingen om zou gooien. Toen heb ik gezegd: we gaan sparerib eten. En geloof me, dan zie je er niet uit! Daarna is een beker omgooien dus ook niet zo erg meer.”

 

Sven is enthousiast, zo veel is duidelijk. “Als ik ergens voor ga, ga ik er ook helemaal voor!” ‘Gaan met die banaan’, al moet hij af en toe pas op de plaats maken. “Als ik niet oplet werk ik zo zeventig uur per week. Dat kan wel af en toe, maar niet te vaak. Dan word ik echt teruggefloten door mijn lichaam.” Dat geldt waarschijnlijk voor veel meer mensen, of ze nu wel of niet in een rolstoel zitten? Sven is even stil – ongewoon. “Ja, misschien wel. Maar ik denk dat veel arbeidsgehandicapten last hebben van overcompensatiegedrag. Als mensen zeggen dat vrouwen, buitenlanders en gehandicapten harder moeten werken om opgemerkt te worden, dan hebben ze geen ongelijk.” Maar zijn handicap maakt niet alleen dat Sven harder moet werken dan anderen. Het maakt hem ook beter in zijn werk. “Ten eerste weet ik waar ik over praat, maar ten tweede: mensen kijken al mijn hele leven naar mij. Ik word dus totaal niet zenuwachtig als ik een presentatie moet geven voor de raad van bestuur. Kom maar op, denk ik dan. Maakt mij het uit dat ze naar me kijken, dat gebeurt overal waar ik ga. Daar heb ik me inmiddels tegen leren wapenen.”

Projectleider project w8 ff cu online

Het project w8ff CU online van Zorgbelang Drenthe heeft een lange voorgeschiedenis toen het in 2008 van start ging. Het project beoogt jongeren te betrekken bij de kwaliteitstoetsing van ziekenhuizen en andere zorginstellingen. Binnen dit project is de kwaliteitstoetsing uitgevoerd met de tot dan nu bekende mogelijkheden van ICT: chatbox, forumdiscussie en enquête. De chatbox maakt kwalitatief onderzoek mogelijk zonder dat mensen zich verplaatsen. Om bekendheid te geven aan deze mogelijkheden werkt Sven in dit project als communicatiemedewerker. Marian Koning heeft gezorgd voor de foto’s en het promotiefilmpje van de website. Helder Advies stond aan de wieg van het project van uitdenken van het idee, schrijven subsidieaanvraag tot aan de projectleiding.